De geluksmarkt: NLP - coachingsverslag geschreven door Kathleen Vereecken

 
De geluksmarkt: NLP - coachingsverslag geschreven door Kathleen Vereecken

Iedereen kent NLP (voluit: Neuro-Linguïstisch Programmeren). Of zo lijkt het toch. Als ik in mijn omgeving rondvraag wat het juist is, krijg ik steevast vage antwoorden: ‘Iets dat je anders doet denken? Een soort brainwashing? Een beetje zoals LSP, misschien (Leading Success People, een persoonlijkheidsvormende training die opgang maakte in de jaren tachtig, maar al snel onder vuur kwam te liggen omwille van het ietwat sektaire karakter)?’
Geen kat kan me uitleggen wat het precies is. Tijd om de proef op de som te nemen.

‘We beginnen met een gesprek,’ zegt Jo. ‘Zo krijgen we zicht op je hindernissen en beperkingen. Via oefeningen beïnvloeden we daarna het neurologische systeem, en zorgen we ervoor dat we die beperkingen ombuigen tot capaciteiten. Om dat te kunnen, gaan we op zoek naar de hulpbronnen die elk mens in zich heeft. Dat kunnen mooie herinneringen uit je kindertijd zijn, of situaties uit het recentere verleden, waar je liefde of kracht uit put.’
NLP gaat over efficiënt communiceren, met jezelf en met anderen. Op haar website somt Jo een aantal hedendaagse problemen op, waarbij NLP soelaas zou kunnen bieden: stress, faalangst, burnout, onzekerheid, en gebrek aan zelfvertrouwen of assertiviteit.
‘Wat je over jezelf gelooft, bepaalt grotendeels hoe je je gedraagt,’ vertelt ze. ‘Hoe mensen zich tegenover jou gedragen, weerspiegelt dat gedrag.’ Simpel vertaald: wie zichzelf oninteressant vindt, straalt dat ook uit, waarna andere mensen je op hun beurt oninteressant zullen gaan vinden. Omgekeerd werkt ook: wie schoonheid – dat hoeft niet per se letterlijk te zijn – en passie uitstraalt, trekt mensen aan. Fatalisme, genre ‘Ja maar, ik bén nu eenmaal zo, en daar is niets aan te doen’, wordt resoluut verworpen. Iedereen kan anders gaan denken en – vooral – voelen. ‘Elk kind wordt geboren met een maximum aan capaciteiten,’ zegt Jo. ‘Door de klappen die je omgeving je geeft, raken die onderdrukt. Wie zich bewust wordt van die klappen, kan zijn verleden herprogrammeren.’
Al naargelang het probleem zijn drie tot tien sessies nodig om van dat herprogrammeren een succes te maken. Benieuwd wat één sessie met me zal doen.

Het is een mooie herfstdag, dus we gaan naar buiten. Ik mag vertellen over een situatie die me dwarszit en waar ik moeilijk vat op krijg. Jo geeft me drie vellen papier. Op het eerste staat ‘ik’, op het tweede ‘de ander’, op het derde ‘observator’. Ik moet ze op de grond plaatsen, op een manier die me het meest natuurlijk lijkt. Eerst mag ik op ‘ik’ gaan staan en vertellen wat ik zie, wat ik daarbij denk en voel, hoe ik reageer en welk effect dat heeft. Daarna moet ik me verplaatsen in – en op – ‘de ander’: hoe voelt die zich nu? En tenslotte moet ik in de huid van de geheel onpartijdige observator kruipen, en zo nuchter mogelijk beschrijven wat ik zie. Als een pastoor, die waakt over zijn parochianen en het beste voor ze wil. Het is vreemd: ik voel me om beurten redelijk en onredelijk. Ben streng voor mezelf en voor de ander, en kan voor de twee begrip opbrengen: een bijzonder expliciete en verfrissende oefening in empathie, waarbij ik mezelf niet eens aan de kant hoef te schuiven.
‘Wat zou je nu willen?’ vraagt Jo. ‘Heel concreet.’ Ik weet heel precies wat ik zou willen: de hele toestand ongedaan maken. Maar dat is onmogelijk. Ik kan het verleden niet herschrijven. Herprogrammeren dan maar. ‘Wat wil je?’ vraagt ze nog eens. ‘Mijn kalmte bewaren,’ zeg ik, ‘en rationeel reageren, niet emotioneel.’ Ze wil weten wat ik daarvoor nodig heb. ‘Rust en vertrouwen,’ zeg ik.
Ze laat me vertellen welke overtuigingen me hierin beperken, en welke overtuigingen comfortabel zouden voelen. Tijd om op zoek te gaan naar een hulpbron die me hierbij kan helpen. Dus ga ik in mijn herinneringen op zoek naar een anker van rust. Als vanzelf denk ik aan de natuur. Niet aan de zee, die met haar gladheid en eindeloosheid zoveel mensen rust schijnt te schenken. Nee, ik wil een bos, en ik herinner me op slag een zomerse boswandeling in de Morvan. Ik moet mijn ogen sluiten en de topjes van mijn duim en wijsvinger tegen elkaar drukken: een kinesthetisch anker, dat me later moet helpen het rustige gevoel opnieuw op te roepen. Het is een gebaar dat ik tot nu toe alleen nog maar gekscherend gemaakt heb in een soort Edina Monsoon-imitatie, als het me te veel dreigt te worden -‘Zén, darling, ik ben helemaal zen!’ Maar nu moet het even serieus. Jo begeleidt me doorheen de visualisatie, die eigenlijk veel meer is dan een visualisatie: alle zintuigen spelen mee. Ik zie het onverharde bospad dat bergop loopt, ik kijk naar de grillig gevormde vlekken zonlicht die door het dichte bladerdak heen vallen, ik hoor het zoemen van honderden insecten om mijn hoofd, ruik het mos en de varens en de vochtige aarde, want het heeft de dag voordien geregend. Ik voel hoe zich fijn parelende zweetdruppeltjes vormen op mijn armen, mijn hals, mijn gezicht. Als ik nu alleen was, zou ik puur van heimwee en verlangen een diepe zucht slaken, maar ik hou me gedeisd. Ik mag terugkeren naar het hier en nu. Jammer.
Jo vraagt me het gevoel vast te houden door de toppen van mijn duim en wijsvinger op elkaar gedrukt te houden. Ik moet nu in gedachten een film voor me afspelen, waarin zich opnieuw een moeilijke situatie dreigt voor te doen. Ze vraagt me zelf in de film mee te spelen, en te reageren vanuit de rust die ik geput heb uit mijn bosherinnering. Het is verbazend gemakkelijk.

Geen stress of ontploffingsgevaar, maar pure rust en waardigheid. Helemaal zen, darling. Geen gedoe ook rond oude pijn of verdrongen verdriet dat naar boven gespit moet worden, goddank. Nu nog de werkelijkheidstest doorstaan. Het resultaat? Blijven proberen! Of toch nog maar een extra sessie nemen, misschien?

 

Kathleen Vereecken

Jeugdauteur

Journalist Standaard Magazine